Van Maanen Hans van Maanen

klikklikklikklik

Vuile was

Een lijst met fouten, omissies en blunders die inmiddels in mijn boeken zijn gevonden, plus hier en daar wat aanvullingen, verbeteringen en verduidelijkingen. Wie er nog meer weet, moet het mij stellig laten weten. Kleine grammaticale fouten, vergeten aanhalingstekens en dat soort dingen noem ik hier niet.

Laatst gewijzigd: oktober 2016 (Broddelwetenschap)

De weet van ... Het kerkhof van de wetenschap 16 september 2003 16 september 2003 FC Algebra Voorkomen is duurder dan genezen Echt niet! 7 op de schaal van Richter Echte mannen willen niet naar Mars Encyclopedie van misvattingen Zoete koek & speculatie Archimedes, Newton, Murphy Broddelwetenschap


Broddelwetenschap

Pagina 7, voorwoord:
Ik weet inmiddels van wie en wanneer de cartoon is waarnaar ik in de eerste alinea verwijs: van 'Kal' (Kevin Kallaugher), en hij stond op 8 augustus 1996 in de Baltimore Sun en later in andere kranten.

Pagina 165, Ketchup voor het hart:
Van Merel Hazewindus is een tweede artikel gepubliceerd: op 31 december 2014 stond in Plos One (9(12):e114387) haar 'Protection against chemotaxis in the anti-inflammatory effect of bioactives from tomato ketchup'.
(Aangevuld in de tweede druk.)

Pagina 121, weg met de frisdrankautomaat:
Op 22 juli 2016 publiceerden Katan en collega's alsnog een secundaire analyse om te zien of dikke kinderen meer of minder profiteren van het terugdringen van gesuikerde frisdrank. Weliswaar niet in de Mont Ventoux van de medische tijdschriften, maar in PLOS One. Het zijn volgens hen inderdaad de wat dikkere kinderen die het minst de gesuikerde frisdrank compenseren: magere kinderen kwamen in anderhalf jaar 0,62 kilo minder aan als ze suikerloze frisdrank kregen, dikkere kinderen 1,53 kilo. 'Als nader onderzoek dit bevestigt, zou het verminderen van de consumptie van suikerhoudende frisdrank goed zijn voor een groot deel van de kinderen, in het bijzonder diegenen die een neiging tot overgewicht hebben,' schrijven zij.

Je reinste wetenschap

Pagina 77, vrouwentranen:
Op 9 april 2016 interviewde, voor een 'Special onderzoekscrisis' van NRC Handelsblad, Hester van Santen de Tilburgse hoogleraar Ad Vingerhoets, de man die in 2011 bij het bericht over mannenlust en vrouwentranen 'twee dagen had zitten shaken.' Hij had vijf jaar van zijn leven besteed aan — eerlijk gezegd nogal knullige — pogingen het eerste experiment van Sobel te herhalen, maar die draaiden allemaal op niets uit. Beter had hij eerst Sobels artikel in Science goed kunnen lezen.

Pagina 138, ooievaars en baby's:
De eerste vindplaats van het voorbeeld is een flink eind naar achteren geschoven. Darrell Huff, auteur van het fameuze How to lie with statistics, was in maart 1965 niet te beroerd om, tegen flinke betaling van de tabaksindustrie, voor een Amerikaanse Senaatscommissie te getuigen dat het rapport van de Surgeon General over de schadelijkheid van roken vol stond met precies die uitglijders die hij in zijn boekje had genoemd. Een van de acht, volgens hem, was het verwarren van samenhang en oorzakelijkheid. 'Another is the positive correlation found between the number of storks' nests found on Danish - or maybe it's Dutch - roofs and the number of children born in those houses. It sounds like scientific verification of the stork legend, but it is merely another indirect connection. Bigger houses hold more children - and they also hold more chimney pots on which storks may nest.' Hij geeft voor de duidelijkheid nog een paar andere voorbeelden, waarmee hij maar wil zeggen dat er weliswaar meer longkanker onder rokers voorkomt, maar dat daarmee nog niet gezegd is dat roken de oorzaak is.
Huff gaf geen referentie voor zijn ooievaarsverhaal; de manier waarop hij het vertelt doet vermoeden dat het een bijna ter plekke bedachte anekdote was, of een bekend voorbeeld dat al langer de ronde deed. En Box et al. waren waarschijnlijk in 1978 dus slechts de eersten die een wetenschappelijke onderbouwing aan de anekdote probeerden te geven.
De verklaring van Huff werd opgerakeld door historicus Robert Proctor in zijn machtige boek Golden holocaust: Origins of the cigarette catastrophe and the case for abolition (2012). Andrew Gelman vertelt er nog meer vreselijks over in zijn column [pdf] in Chance (2012, dl. 25, nr. 3, p. 43-46), waarin hij ook ingaat op de dubieuze rol van een aantal andere statistici.

Goochelen met getallen

Hoofdstuk 1, de autodiefstallen:
In de laatste maanden van 2009 begon het aantal diefstallen van personenauto's weer te stijgen. Het jaartotaal voor 2010 kwam uit op 11.733, tegenover 11.027 in 2009 (6,4 procent, een 'fikse stijging', aldus het persbericht van de Stichting aanpak Voertuigcriminaliteit). In 2011 werden 11.658 personenauto's gestolen, 0,64 procent minder dan in 2010, in 2012 nog eens 2,2 procent minder, 11.396. In 2016 dook het aantal autodiefstallen ruimschoots onder de tienduizend: 9179.

Pagina 20, op ongeveer drie kwart:
Meteen een klassieker, met dank aan Lucy Klaassen. Ik schrijf over de twee triljoen sigaretten in NRC Handelsblad, en val zelf in de kuil. Er staat: 'Het scheelt of Chinezen verslaafd zijn aan twee triljoen sigaretten ... of dat ze twee miljard sigaretten per jaar wegroken.' Terwijl ze twee biljoen sigaretten per jaar wegroken. Scheelt precies een factor duizend...
(Verbeterd in de tweede druk.)

Pagina 21, figuur 2.3:
In de tabel staat een lege plek waar quadrillion moet staan, en waar quadrillion staat moet quintillion staan. Gezien door Toine van Hoof.
(Verbeterd in de derde druk.)

Hoofdstuk 4, verhoudingen:
Op p. 40 in het midden is de odds-ratio wel goed, maar de berekening niet helemaal. Het moet zijn: 84,7 / 15,3 = 5,5 en 90,6 / 9,4 = 9,6 voor een odds-ratio van 5,5 tegen 9,6 = 0,6 tegen 1. Dank zij Ad van Slingerland en Arend Jan Gerrits.

Hoofdstuk 5, over bijziendheid in de zomer:
In plaats van het onderzoek van Mandel kritisch te bespreken, probeerden Britse onderzoekers het te repliceren — en ze kregen hun artikel eveneens geplaatst in Ophthalmology (dl. 116 (2009), p. 468). Hoewel zij in hun samenvatting Mandel gelijk lijken te geven — 'Season of birth was significantly associated with the presence of high myopia' — is daarvan geen sprake. Er was geen enkel verband tussen 'lichtcategorie' en ernstige bijziendheid. Alleen als zij de cijfers anders rangschikten en van de gewone seizoenen uitgingen, bleek dat er in de zomer en de herfst meer bijzienden werden geboren (OR=1,17). Maar in de lente niet, en bovendien moest er eerst nog even gecorrigeerd worden voor geslacht en leeftijd.

Hoofdstuk 6, meten en precisie:
Na de aardbeving in Chili van 27 februari 2010 sloeg ook Gross meteen weer toe: op 1 maart kwam de NASA met een persbericht om te melden dat door de beving (8,8 op de schaal van Richter) de daglengte met 1,26 microseconde was afgenomen.

Pagina 42, figuur 4.7:
Wat in de tabel 'relatief risico' en 'odds-ratio' heet, moet natuurlijk gewoon 'risico' (of 'percentage') en 'odds' zijn. Met dank aan Willy-Anne van Stiphout.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 46, boven de A, B, C, D:
Er staat: 'Laten we nu aannemen dat het astma-gen bij 10 procent van de kinderen voorkomt.' Dat moet zijn, zoals Gerard Kooistra zag: 'Laten we nu aannemen dat 10 procent van de kinderen astma heeft.' Een tabel met duizend kinderen maakt het ook duidelijk.
(Verbeterd in de derde druk.)

Kind heeft wel het gen niet het gen Totaal
wel astma 63 38 100
geen astma 468 432 900

Onderop pagina 51 is iets vreemd misgegaan met de berekeningen: hier moest de odds-ratio voorgerekend worden, namelijk (2,7 / 97,3 ) / (2,2 / 97,8) = 1,24, en vervolgens het risicoverschil: (2,7 - 2,2) = 0,5 is de helft van een procent.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 55, laatste regel boven tussenkopje:
De werkloosheid kan, gezien de marge, wel van 4,0 naar 4,1 procent gaan maar niet, zoals ik beweer, van 4,0 naar 4,2 procent. Zag Bart Kuijpers.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 63, negende regel van onder:
Een afrondingsfout: (400 / 400,48) x 3:40,07 is 3:39,81.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 73:
Ik noem haar 'Bouke Zaadstra' (ook in de verantwoording), maar de onderzoekster heet 'Boukje Zaadstra'.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 78, onderaan:
De jongens hadden 2, 3, 3, 5 en 7 munten, dus dat scheelt -2, -1, -1, +1 en 3 met het gemiddelde. Tot zover goed, maar gekwadrateerd levert dat 4, 1, 1, 1, en 9 voor een totaal van 16 eurokwadraat, een gemiddelde van 16 / 5 = 3,20 eurokwadraat, en een standaardafwijking van 1,79 euro. En niet, waarmee ik verder rekende, 4, 4, 1, 1, en 9 eurokwadraat. Hebben we allemaal overheen gelezen, behalve Bart Kuijpers, Maarten Keulemans en Toine van Hoof (en inmiddels, hoop ik, meer lezers). Verderop wordt de 'nieuwe' standaardafwijking dus ook de wortel uit 16 / 4 is 4.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 84, bovenin:
Ik was expres wat voorzichtig met mijn schatting van het aantal mannen dat heel veel drinkt, maar volgens een aantal lezers te voorzichtig. Zij komen, met mijn cijfers, uit op zeker tien mannen die meer dan zeven glazen zouden drinken: het 95%-betrouwbaarheidsinterval loopt van 0 tot 71,2 gram. Ik was wat conservatiever, omdat de verdeling verder onbekend is: je weet niet hoe scheef alles is, misschien zit er ergens bij vier glazen een piek of zo.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 96, eind tweede alinea:
In figuur 11.3 staat het goed, dus moet het relatieve risico ook goed berekend worden: (0,83 – 0,74) / 0,74 = 0,12 is 12 procent. Wederom Bart Kuijpers.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 95, wat scheelt het:
De laatste afronding om bij het number needed to treat te komen — het aantal mannen dat van koffiehater koffieleut moet worden — klopt niet. Als je het exact uitrekent, komt er 1 / 0,001819108 = 549,719897 uit, afgerond 550. Met dank aan Jan Willem Nienhuys.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 98, het scoreverloop:
Toine van Hoof lette wel goed op tijdens de schaaktweekamp. Na 4-1 wordt het 7-3, 9-6 en ten slotte 11-9. De stand 6-6 komt helemaal niet voor.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 110, vijf regels na het tussenkopje:
De vraag 'heb ik dan met 50 ritten 25 x 2 = 50 procent kans?' is allicht verwarrend, want fout. Het moet zijn: 'heb ik dan met 25 ritten 25 x 2 = 50 procent kans'. Dank, Bart Kuijpers.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 113, onder het midden:
Een vertikking: 'De kans dat iemand die eruit gepikt wordt echt een terrorist is, is 100 - 99,9 = 0,01 procent.' De uitkomst van die berekening is in het echt 0,1 procent, dus 1 op 1000.
(Verbeterd in de derde druk.)
Op 2 januari 2012 meldde Schiphol dat de luchthaven het jaar daarvoor 49,8 miljoen passagiers verwerkt had. In 2014 waren het er, volgens het CBS, 55 miljoen.

Pagina 116, derde alinea:
Op het laatste moment bedacht ik dat het duidelijker was om verschillende percentages voor sensitiviteit en specificiteit te nemen in plaats van 1% voor beide. Dus veranderde ik het in de hele passage -- behalve in de inleidende zin. Daar staat nog: 'De test pikt 98 procent van de zieken eruit, en slechts 2 procent van de gezonden wordt ten onrechte ziek verklaard.' Dat moet worden: 'De test pikt 98 procent van de zieken eruit, en slechts 1 procent van de gezonden wordt ten onrechte ziek verklaard.' Dan gaat het goed, met dank aan Egied Hannen en Toine van Hoof.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 156, na de witregel:
De jongens blijken, achteraf, niet op gemiddeld 75,2 kilogram te zijn uitgekomen, maar op 75,4, dus slechts 0,2 kilogram van het landelijk gemiddelde van 75,6 kilo. Nu gaat mijn redenering wel op -- met 75,2 niet, zoals Egied Hannen terecht zegt. Hun verschil met het gemiddelde, 0,20 kilo, is minder dan de 0,26 die we mogen verwachten op grond van de statistiek, dus er is iets mis. Mijn voorbeeld, 0,40 kilogram van het gemiddelde, valt buiten het 5%-onbetrouwbaarheidsinterval, daarbij is dus geen reden tot argwaa..
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 162, figuur 20.3:
Er is niet 27 keer een 1 gegooid, maar slechts 25 keer. Deze en de volgende verbeteringen weer dankzij de oplettendheid van Bart Kuijpers en Toine van Hoof.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 164, eerste regel van boven:
(25 – 20)2 / 20 = 1,25, niet 12,5..
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 167, negende regel van onder:
(1449 / 1952) moet zijn (503 / 1952..
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 171, het aantal doden bij voetbal:
Het interval loopt, volgens de toelichting op pagina 247, van 27,6 – 8,6 tot 27,6 + 8,6, en dat laatste is niet 33,7 maar 36,2 doden. Reken je het interval volgens de regels van de kunst uit, maak je een fout in de optelling...
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 182, figuur 22.7:
De vaders van 1,80 meter heten niet C en J, maar F en G in figuur 22.1.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 209:
Toine van Hoof heeft nog een fraaie aanvulling op mijn onzinvoorbeeld van het verband tussen clubnaam en eindpositie. Dat verband is helemaal niet zo onzinnig, zegt hij, want clubs in moeilijkheden krijgen vaak steun van de gemeente op voorwaarde dat zij de naam van de gemeente achter de clubnaam plakken. Zo werd VVV herdoopt in VVV Venlo, Heracles werd Heracles Almelo en Roda JC werd Roda JC Kerkrade. Maar het blijft kwakkelen voor die clubs, en de top bereiken ze zelden nog. Topclubs overkomt dat niet, en die houden dus vaker een kortere naam!

Pagina 210, figuur 25.3:
De assen zijn verwisseld: op de horizontale as de positie, op de verticale de lengte van de clubnaam.
(Verbeterd in de derde druk.)

Pagina 218, figuur 26.2:
De kopjes 'A-10' en 'BVH' zijn, merkwaardig genoeg, verwisseld.
(Verbeterd in de derde druk.)

Bovenaan pagina 233:
Nog een kleine aanvulling op de yoghurt van Danone: in april 1999 publiceerden Nicole de Roos en Martijn Katan een uitgebreider onderzoek naar de yoghurt (European journal of clinical nutrition, dl. 53, p. 277), waarvan de titel en de conclusie luidde: 'Yoghurt enriched with Lactobacillus acidophilus does not lower blood lipids in healthy men and women with normal to borderline high serum cholesterol levels'. Hun onderzoek duurde wat langer, liep onder zowel mannen als vrouwen, en vond geen enkel effect op de cholesterolspiegels.

Pagina 241:
Het artikel in de BMJ van 27 mei 2006,
The simplest statistical test, is niet geschreven door Stuart Pollock maar door Stuart Pocock. Dank, Pieter Wijngaarden.
(Verbeterd in de derde druk.)


Archimedes, Newton, Murphy

Pagina 36 in het midden:
Bij de reeks eenheden staat dat 1 at = 0,08 Pa. Waarom dat er staat, is Fons Alkemade, en mij inmiddels ook, 'een raadsel'. Ten eerste moet dat 98 065,5 Pa zijn, en ten tweede is misschien onduidelijk dat het hier om de eerder genoemde technische atmosfeer gaat. De 'normale' atmosfeer (symbool: atm) is 101 325 Pa.

Pagina 55 laatste regel:
Fons Alkemade zag ook dat er een kwadraattekentje is weggevallen achter de v. Hier lastig weer te geven, maar het moet dus zijn: p + rgh + (1/2)rv2 is constant.

Pagina 96 bovenin:
Een raar ongerechtigheidje is het 3/4-tekentje dat onder de 4 van 1:4 bungelt. En de gebruikelijke afkorting voor de British Association for the Advancement of Science is niet BAAA, maar BAAS of kortweg BA. Alweer met dank aan Fons Alkemade!

Pagina 138 in het midden:
De kortste formulering van de logaritme is altijd lastig. De mijne was ook niet ideaal. Wat vindt u van: 'de logaritme geeft de orde van grootte van een getal: van een getal tussen 1 en 10 ligt de logaritme tussen 0 en 1, van een getal tussen 10 en 100 ligt de logaritme tussen 1 en 2, van een getal tussen 1000 en 10.000 tussen 3 en 4, enzovoort. Preciezer gezegd geeft de logaritme van x aan tot welke macht we 10 moeten verheffen om x te krijgen.'

Getal Logaritme Getal Logaritme Getal Logaritme Getal Logaritme
2 0,3 20 1,3 200 2,3 2000 3,3
8 0,9 80 1,9 800 2,9 8000 3,9

Zoete koek en speculatie

Pagina 112 onder het midden:
Ook bij vrouwen tussen de veertig en vijfenveertig is angst voor de dood niet nodig: 29 van de 30 vrouwen overleven deze periode. En niet 299 van de 300, zoals in het boek staat.


Echte mannen willen niet naar Mars

Pagina 192 onderaan:
Er staat dat ik het 'onthutsend' vind dat Frank van Kolfschooten zowel aan het boek van Köbben en Tromp heeft meegewerkt als een positieve recensie erover schreef voor de NRC. 'Nu wil het geval,' schreven Köbben en Tromp namelijk in hun ingezonden brief, 'dat dezelfde Van Kolfschooten ons boek in een vroeg stadium, nog als typescript, heeft ontvangen en gelezen, uitvoerig erover met ons van gedachten heeft gewisseld, en er een lang en positief stuk over geschreven heeft in NRC-Handelsblad. Van hem geen woord van kritiek over de desbetreffende passage.'
Het lag iets anders: Van Kolfschooten kreeg niet het typescript, zegt hij, maar een drukproef ter voorbereiding van een gesprek met de twee onderzoekers toen het boek aanstaande was. Van gedachtewisseling in een vroeg stadium was geen sprake. En zijn artikel (in NRC-Handelsblad van 6 maart 1999: 'Niet in het straatje') bevatte geen oordeel -- positief of negatief -- over het boek omdat het geen recensie was maar de weerslag van dat gesprek.
Van Kolfschooten was dus, anders dan Köbben en Tromp suggereren, in het geheel geen getuige à décharge. Dat is ook onthutsend...

Pagina 173 en 206:
Ronald Plasterks vrees is bewaarheid: Astrid van Tubergen mocht op 27 september 2002 aan de Universiteit Maastricht promoveren op het proefschrift Improvement by movement: a study on therapeutic aspects and outcome assessment in ankylosing spondylitis. Het door mij besproken artikel is in haar dissertatie opgenomen als hoofdstuk 4.

Pagina 114:
Ik blijf me afvragen of ik niet een onrechtvaardige greep heb gedaan toen ik de tabellen van de Consumentengids narekende. Een nieuw steekproefje dus, uit de Consumentengids van november 2002. Daarin worden onder meer televisies getest, met de volgende tabel (u kent het principe: redelijk = 3, red./goed = 3,5, goed = 4 enzovoort):

  0,35 0,2 0,1 0,05 0,05 0,1 0,15 Testoordeel
Philips 4 4,5 5 4 4 3 4 goed
Sony 4 4 3 3 4 4 4 goed
JVC 3,5 3 3 3 3 5 4 red./goed
Grundig 3,5 4,5 4 4 5 5 4 red./goed

Philips en Sony krijgen van de Consumentengids het etiket 'Beste koop', terwijl JVC als 'Voordelige keus' wordt bestempeld. Grundig heeft het nakijken.
Hier is de correcte, uitgewerkte tabel:

  Testoordeel
Philips 1,4 0,9 0,5 0,2 0,2 0,3 0,6 4,1
Sony 1,4 0,8 0,3 0,15 0,2 0,4 0,6 3,85
JVC 1,225 0,6 0,3 0,15 0,15 0,5 0,6 3,525
Grundig 1,225 0,9 0,4 0,2 0,25 0,5 0,6 4,075

Grundig zit, net als Philips, boven de 4 en moet dus stellig het predikaat 'goed' krijgen. Ook als de twee nogal ridicule wegingen van 5 procent worden weggelaten, blijft Grundig gemakkelijk op de tweede plaats (al zou men, met een verschil van 0,025 punten, ook kunnen overwegen ze gelijk te laten eindigen). Waarbij nog komt dat de kleurentelevisie van Grundig 100 euro goedkoper is dan Philips, en dus eerder het predikaat 'Beste koop' zou hebben verdiend.
Verder bladerend bleek dat ookvan de andere tabellen weer weinig deugde, dus ik heb het maar weer eens aangekaart in mijn rubriek 'Dubieus' in het Parool van 8 november 2002.

Pagina 34:
Ad Vingerhoets wees mij, in een heel ander verband, op een misser rond de HPA-as: die gaf ik als 'hypothalamus, schildklier en bijnier'. Een rare fout; het moet natuurlijk zijn 'hypothalamus, hypofyse, bijnier'. Ooit heeft zich bij mij het idee genesteld dat pituitary schildklier is, ook al wist ik tegelijkertijd dat thyroid schildklier is -- eenmaal te weinig nagedacht, zo komen misvattingen in de wereld...
Ook in de zin daarop is het dus de hypofyse die groeihormoon maakt.


7 op de schaal van Richter en andere getallen

Pagina 13, aardbevingen:
De aardschokken in het noordoosten van ons land zijn, zo zegt Frans Bruggeman niet ten onrechte, het gevolg van gaswinning, niet van gasboringen.

Pagina 20, autobanden:
De datum in het DOT-getal was tot 2000 opgebouwd uit twee cijfers voor de week en een cijfer voor het jaar, maar voor de eenentwintigste eeuw is men overgegaan op twee cijfers voor de week en twee cijfers voor het jaar, zo vult A. Bouman uit Alphen aan Rijn aan. '3003' duidt dus op de vierde week van juli 2003. In de jaren negentig werd verwarring tussen bijvoorbeeld 1993 en 1983 voorkomen door een klein driehoekje achter de datumcode te zetten.

Pagina 28, benzine:
Benzine ontploft niet, maar verbrandt -- weliswaar heel snel, maar toch geleidelijk. Ontploffingen zou de motor niet overleven, zo wijst Bouman mij ook hier terecht terecht. 'Opnamen gemaakt met een zeer snelle camera tonen duidelijk aan dat de door de bougie ingeleide verbranding van het mengsel zich op ordelijke wijze voortplant, zodat het hele mengsel goed verbrand wordt,' zo schrijft hij.
Bovendien wordt bij het viertaktproces door de verbranding de zuiger niet omhoog geduwd, maar juist omlaag. Inlaatslag, compressieslag,arbeidslag, uitlaatslag, zo gaat het, en bij de arbeidslag staat de zuiger bovenin en wordt dan door het verbranden van het benzine-luchtmengsel met kracht naar beneden geduwd.

Pagina 86, Engelse maten en gewichten:
Warempel toch nog een foutje gevonden, door Frans Bruggeman: 1 dram avdp is niet 1,771... milligram maar 1,771... gram.

Pagina 92, geluid:
In de tabel gebruik ik de term 'vermeerderd'; die heb ik waarschijnlijk zelf bedacht. Kenners spreken van 'overmatig' of 'vergroot'.
De tabel is hoe dan ook wat ingewikkeld voor huishoudelijk gebruik. Laten we het, met dank aan Coos den Tonkelaar, hierop houden:

Noot Interval Frequentie Ratio tot C
c prime 261,6 1
d secunde 277,2 1,059
e terts 329,6 1,260
f kwart 349,2 1,335
g kwint 392,0 1,498
a sext 440,0 1,682
b septime 493,9 1,888
c octaaf 523,3 2

Noten kunnen verhoogd en verlaagd worden: een g die een halve toon verhoogd wordt heet een gis, een g die een halve toon verlaagd wordt een ges. Een kleine terts is een terts die met een halve toon verlaagd is (in de tabel dus c-es), en zo zijn er meer intervallen te maken die klein of groot, verminderd of overmatig heten.
Het septime (van c naar b) heb ik in het boek iets te groot genomen: de twaalfdemachtswortel van 2^11 is 1,88775, en dat moet worden afgerond op 1,888 en niet 1,889.

Pagina 138, kentekens:
En dan blijkt er ook nog een eendagskenteken te zijn ofwel een 'bewijs van weging', dat door een RDW-keuringsstation kan worden afgegeven voor voertuigen zonder geldig Nederlands kenteken -- hiermee kan dan naar een keuring worden gereden. Eendagskentekens hebben een enkele letter, per keuringsstation verschillend, gevolgd door tweemaal twee cijfers. Dus bijvoorbeeld X-69-64.
In de zomer van 2004 werd besloten dat het nieuwe kenteken, uit te geven als de RDW door de serie 12-AB-CD heen was, zou worden gevormd volgens het schema 12-ABC-3. Omdat de combinaties met de beginletter B (01-BBB-1) zijn gereserveerd voor bedrijfswagens, die met C (01-CBB-1) voor het corps diplomatique en de letters D en F voor bromfietsen, werd het eerste kenteken voor een personenauto 01-GBB-1. Begin oktober 2006 werd het eerste drieletterbord uitgegeven voor bedrijfswagens (01-VBB-1), op 19 mei 2008 het eerste voor personenauto's.

Op 5 maart 2013 werd het eerste kenteken met schema 1-ABC-23 afgegeven (al werd om allerlei redenen begonnen met de K en volgen daarna alleen nog S, T, X en Z). Stichting Het Vergeten Kind kreeg 30 maart 2015 het eerste nummerbord voor personenauto's met twee letters, drie cijfers en een letter: GB-001-B. Als die serie op is, volgt A-123-BC.
Klinkers worden overigens niet gebruikt voor gewone auto's. De M en de W zijn gereserveerd voor aanhangende voertuigen, en de Q valt ook af. Combinaties als NSB, LYK, GVD en TBS en combinaties met SS en SD worden evenmin uitgegeven. Maar tegen PSV en KPN en RDW is geen bezwaar, aldus de RDW.

Pagina 146, kompas:
De declinatie in Nederland was in 2013 nog steeds minder dan 1 graad. Doordat de aardkern iets langzamer roteert dan de aardkorst, verschuift het veld ongeveer anderhalve graad per decennium, zo blijkt uit dit oude grafiekje van het KNMI.

Pagina 163, luchtvochtigheid:
In een kubieke meter lucht zit ongeveer 20 gram water, niet 2 gram, aldus Frans Bruggeman.

Pagina 172, morse:
Er staat dat er tegenwoordig geen SOS'en meer klinken omdat op 1 februari 1999 de laatste morseboodschap werd verzonden. Dat is zo kort geformuleerd dat het weer waar wordt. Er klinkt inderdaad officieel geen morse meer. Maar morse wordt nog steeds wel gebruikt, bijvoorbeeld om korte boodschappen tussen schepen uit te wisselen tijdens riskante ondernemingen, zoals het in volle zee overgeven van gevaarlijke stoffen. Dan worden meestal seinlampen gebruikt in plaats van radiosignalen, ook al omdat daarbij niets afgeluisterd kan worden.
Ook zendamateurs gebruiken nog wel morse.

Pagina 173, motoren:
Ook hier ontploft het benzinemengsel in plaats van te verbranden.
Bovendien geeft, strikt genomen, het aantal 'cc' van een motor niet de cilinderinhoud, maar de zuigerverplaatsing. compressiegetal de verhouding tussen compressieruimte plus zuigerinhuid en compressieruimte. De cilinder heeft zijn grootste inhoud als de zuiger op zijn laagste punt is. Met dank, alweer, aan Fred Bruggeman.

Pagina 197, paspoort:
Een merkwaardige fout waar Ruud van Marion mij ook op wees: op het paspoort staat wel degelijk het sofinummer, nu opgevoerd als 'pers.nummer'. Het nummer wordt herhaald op de laatste posities van de tweede regel. Raar dat ik dat niet even gecontroleerd heb bij de nieuwe druk. De bewering van de Belastingdienst Amsterdam dat het sofinummer niet openbaar is en onder de geheimhoudingsplicht van de dienst valt (p. 222), moet nu ook met een korrel zout worden genomen.

Pagina 200, radio:
De zenderindeling per 1 juni 2003 is in Zuid-Nederland toch weer net iets anders geworden dan aangekondigd: een voorziene frequentieruil tussen Radio 1, Radio 3 en een regionale zender ging niet door. Hieronder de nieuwe tabel, op gezag van Nozema.

Radio 1 Radio 2 Radio 3 Radio 4
Noordoost 91,8 88,0 88,6 94,8
Oost 98,4 104,6 96,2 91,4
Zuidoost 104,8 88,2 90,9 94,5
Zuid-Limburg 105,3 93,4 103,9 98,7
Noordwest 95,0 92,9 97,1 101,6
Midden 98,9 92,6 96,8 94,3
Zuidwest 104,4 97,8 99,8 95,0

Naast Radio 2 heeft ook Radio 4 twee steunzenders gekregen, in Eys (Limburg) op 97,2 MHz en in Philippine (Zeeland) op 97,8 MHz.

Pagina 212, schepen:
Eveneens van Ruud van Marion de opmerking dat schepen de laatste tijd wel degelijk weer groter worden. Niet alleen tankers, maar ook passagiersschepen. De Queen Mary 2, die in 2003 te water werd gelaten, mat 150 000 brutoregisterton, ruim tweemaal zoveel als de France. In 2006 was de Freedom of the Seas het passagiersschip met het grootste tonnage: 158 000.

Pagina 216, schroeven en spijkers:
Er staat aan het eind van de tweede alinea dat een schroef 3/4-8 dus 1,8 millimeter lang was -- dat moet 1,9 centimeter zijn: 0,75 duim is 19,05 millimeter.

Pagina 232, temperatuur:
Om van Fahrenheit naar Celsius te gaan moet 32 worden afgetrokken waarna de uitkomst met 5/9 wordt vermenigvuldigd. Veel sneller, en redelijk nauwkeurig, is om er niet 32 maar 30 af te trekken, en dan te halveren. Het scheelt af en toe een graad, maar meer ook niet. Zeker voor weersverwachtingen voldoet deze snelle methode prima.

F (5/9)*(F - 32) (1/2) * (F - 30)
100 37,8 35
90 32,2 30
80 26,7 25
70 21,1 20
60 15,6 15
50 10 10
40 4,4 5
30 -1,1 0
20 -6,7 -5
10 -12,2 -10
0 -17,8 -15
-10 -23,3 -20
-20 -28,9 -25

Pagina 243, Tweede Kamer:
Nog een rekenfoutje ontdekt door rekenwonder A. Bouman (niet cynisch bedoeld: hij kan echt uit het hoofd derdemachtswortels uit getallen van vijftien cijfers trekken: 'Wat ik met dit talent aan moet weet niemand, ikzelf ook niet. Maar ik kan het nu eenmaal,' schrijft hij zelf).
Aan het slot vertoon ik hoe de zetels worden verdeeld bij lijstcombinaties. Ik schrijf dat ik door 19 deel, maar deel door 20. Het moet zo.
'GL + SP hebben samen 1.222.139 stemmen voor 19 zetels, de combinatiekiesdeler is dus 64.270,47. GL heeft daarmee recht op 660.692 : 64.270,47 = 10,28 zetels en SP op 560.447: 64.270,47 = 8,72. Samen zijn dat 18 zetels, er is dus een restzetel te verdelen. De toewijzing daarvan gaat niet volgens de grootste gemiddelden, maar volgens de grootste overschotten -- de hoogste cijfers achter de komma. Dat is hier SP, die krijgt de restzetel.'
Voor CU + SGP klopt de berekening wel.

Pagina 251, geologische tijdperken:
Het Cambrium eindigde niet vijf en een half miljoen jaar geleden, maar 550 miljoen jaar geleden, zoals de tabel wel correct zegt...


Encyclopedie van misvattingen

zie de Misvattingen-site.


Voorkomen is duurder dan genezen

Pagina 68 bovenaan:
Er staat dat de kans op het hebben van baarmoederhalskanker bij een verdacht uitstrijkje niet meer is dan 1 op 800, dat moet zijn 1 op 1250. Dat zijn niet dertig, maar veertig schoolklassen vol. Een kans van een op duizend heeft u een eerlijke munt tienmaal achter elkaar op kop te laten komen.

Pagina 68 aan het eind van de een na laatste alinea:
Er staat: 'Anders gezegd, drie op de honderd vrouwen die altijd hebben meegedaan aan het screeningsprogramma overlijden desondanks aan baarmoederhalskanker.'
Dat moet zijn: 'Anders gezegd, drie op de honderd vrouwen die baarmoederhalskanker krijgen maar altijd hebben meegedaan aan het screeningsprogramma, overlijden daaraan desondanks.' Het gaat dus om vrouwen die meedoen, toch nog kanker krijgen, en toch nog overlijden.
In een recensie in het Nederlands tijdschrift voor geneeskunde werd mij enig 'creatief cijferwerk' voor de voeten geworpen, en ook elders vond men de cijfermatige onderbouwing af en toe wat snel, onnavolgbaar of twijfelachtig. Nogmaals, wie wat meer concrete voorbeelden heeft, is altijd welkom, dan kijk ik wat ik eraan kan doen.
In haar berekeningen ging Van Ballegooijen uit van 5 procent herhalingsuitstrijkjes. Het gemiddelde lag toen op 10 procent, dus dat was wat optimistisch, maar inmiddels is het aantal herhalingsuitstrijkjes gedaald tot slechts enkele procenten. Er worden door die terughoudendheid in doorsturen, opmerkelijk genoeg, weinig extra verdachte gevallen door gemist, aldus Van Ballegooijen.

Pagina 93, hormonen na de overgang:
Het onderzoek is voortgegaan, en het ziet ernaar uit dat de kans op borstkanker door het gebruik van hormonen nog wat groter is dan men in 1999 dacht. Een studie uit The Lancet van 9 augustus 2003 kwam zelfs tot een verhoging van 66 procent na tien jaar gebruik bij vrouwen van vijftig en ouder -- van 1000 vrouwen die tien jaar lang combinatiepreparaten slikken, zullen er 19 daardoor borstkanker krijgen, zo bleek. Vergelijkbare cijfers waren naar voren gekomen bij een grote studie een jaar eerder, maar de slotzin van mijn hoofdstuk: 'Wie de kuur bevalt, vindt in de wetenschappelijke literatuur geen dwingende argumenten ermee te stoppen, wie het niet bevalt, geen dwingende argumenten ermee door te gaan', was in ieder geval wat optimistisch. De kans op borstkanker is groter, dus de afweging is ingewikkelder. Hoogleraar huisartsgeneeskunde Chris van Weel meent zelfs, in een commentaar in dezelfde Lancet, dat iedereen er maar meteen mee moet stoppen. In ieder geval kan men er gevoeglijk van uitgaan dat geleerden die nu nog hormoontherapie verdedigen, op de loonlijst staan van de farmaceutische industrie...


Uit de oude dokterstas

Pagina 24, aspirine:
De geschiedenis van het aspirientje is niet zo simpel als het lijkt, aldus historicus Walter Sneader. In een artikel in de BMJ van 23 december 2000 laat hij zien dat Felix Hoffmann ten onrechte alle eer krijgt. Het verhaal dat Hoffmann op zoek was naar een middel om de pijnen van zijn arme reumatische vader te verlichten, is er pas later bij verzonnen, waarschijnlijk met antisemitische motieven. In werkelijkheid deed Hoffmann gewoon wat hem gezegd werd door zijn baas, Arthur Eichengrün -- wie dus eigenlijk de eer van de uitvinding toekomt. Eichengrün had het trucje om acetylgroepen toe te voegen al eerder bij andere stoffen toegepast, en was ervan overtuigd dat het ook nu zou werken. De jonge Hoffmann voerde proeven uit, en maakte acetylsalicylzuur. Pas na enig aandringen van Eichengrün wilde Bayer de nieuwe stof wel testen, en in 1899 kwam die, onder de naam Aspirine, op de markt. Hoffmann heeft nooit beweerd dat hij het allemaal zelf bedacht heeft.


FC Algebra

Pagina 67 boven de eerste witregel:
De zin die begint met 'Toen Martina Navratilova en Chris Evert Lloyd weer eens tegenover elkaar stonden...' is een beetje onzin. Het gaat erom dat Navratilova de hele tijd aan kop stond in de onderlinge partijen: zij gaf de leiding niet uit handen ook al stonden ze in partijen steeds vrijwel gelijk. Als ze meer partijen had gewonnen dan Lloyd, was de conclusie logisch dat ze ook deze partij wel weer zou winnen.

Pagina 79, laatste zin van de tweede alinea:
Er staat: 'Op het gebruikelijke dartbord is, zoals gezegd, het maximum 42 en het minimum 26.'
Dat moet zijn: 'Op het gebruikelijke dartbord is het maximum zoals gezegd 42, en het minimum 22 (rond het cijfer 17).

Pagina 94 aan het eind van de tweede alinea:
Er staat: 'dertien'.
Dat moet zijn: 'dertig'.

Pagina 120, helemaal onderaan:
Er staat dat 'de formule korter te schrijven is als (m boven n).' Dat is wel heel kort, merkte Anton Geijer van de CSG Jan Arentz in Alkmaar terecht op: het moet zijn (m + n boven n). Het voorbeeld erna doet het goed: 5 + 3 = 8.

Pagina 122 en verder:
Waar sprake is van de 'rede' van een rekenkundige rij, moet natuurlijk steeds 'reden' staan. Au.

Pagina 150, over de juryrechtspraak:
In februari 2002 brak er een relletje uit rond het Olympisch kampioenschap kunstrijden, waarin het Franse jurylid het Canadese paar Salé-Pelletier zou hebben benadeeld. Allemaal onzin, schreef ik in twee artikelen in Het Parool.

Pagina 170, tabel 46:
Het lijkt alsof er niet over Elo's tabel kan worden geschreven zonder dat het misgaat.
Hier de tabel nog eens, met zowel een aantal verbeteringen aan Elo's kant als aan mijn kant. In 7 op de schaal van Richter staat het (hoop ik) wel goed, en op de Nationale Wiskundedagen op 1 februari 2003 heb ik het nog een keer uitgelegd...

Elo verbeterd   Percentage   Elo zelf      Verschil
0 -- 3
50 -- 50
0 -- 3 0
4 -- 10 51 -- 49 4 -- 10 0
11 -- 17 52 -- 48 11 -- 17 0
18 -- 24 53 -- 47 18 -- 25 1
25 -- 31 54 -- 46 26 -- 32 1
32 -- 38 55 -- 45 33 -- 39 1
39 -- 45 56 -- 44 40 -- 46 1
46 -- 52 57 -- 43 47 -- 53 1
53 -- 60 58 -- 42 54 -- 61 1
61 -- 67 59 -- 41 62 -- 68 1
68 -- 74 60 -- 40 69 -- 76 2
75 -- 82 61 -- 39 77 -- 83 1
83 -- 89 62 -- 38 84 -- 91 2
90 -- 97 63 -- 37 92 -- 98 1
98 -- 104 64 -- 36 99 -- 106 2
105 -- 112 65 -- 35 107 -- 113 1
113 -- 120 66 -- 34 114 -- 121 1
121 -- 127 67 -- 33 122 -- 129 2
128 -- 135 68 -- 32 130 -- 137 2
136 -- 143 69 -- 31 138 -- 145 2
144 -- 151 70 -- 30 146 -- 153 2
152 -- 160 71 -- 29 154 -- 162 2
161 -- 168 72 -- 28 163 -- 170 2
169 -- 177 73 -- 27 171 -- 179 2
178 -- 185 74 -- 26 180 -- 188 3
186 -- 194 75 -- 25 189 -- 197 3
195 -- 203 76 -- 24 198 -- 206 3
204 -- 213 77 -- 23 207 -- 215 2
214 -- 222 78 -- 22 216 -- 225 3
223 -- 232 79 -- 21 226 -- 235 3
233 -- 242 80 -- 20 236 -- 245 3
243 -- 253 81 -- 19 246 -- 256 3
254 -- 263 82 -- 18 257 -- 267 4
264 -- 275 83 -- 17 268 -- 278 3
276 -- 286 84 -- 16 279 -- 290 4
287 -- 298 85 -- 15 291 -- 302 4
299 -- 311 86 -- 14 303 -- 315 4
312 -- 324 87 -- 13 316 -- 328 4
325 -- 339 88 -- 12 329 -- 344 5
340 -- 354 89 -- 11 345 -- 357 3
355 -- 370 90 -- 10 358 -- 374 4
371 -- 387 91 -- 9 375 -- 391 4
388 -- 406 92 -- 8 392 -- 411 5
407 -- 427 93 -- 7 412 -- 432 5
428 -- 451 94 -- 6 433 -- 456 5
452 -- 479 95 -- 5 457 -- 484 5
480 -- 511 96 -- 4 485 -- 517 6
512 -- 553 97 -- 3 518 -- 559 6
554 -- 613 98 -- 2 560 -- 619 6
614 -- 728 99 -- 1 620 -- 735 7
> 728 100 -0 > 735 7

Ook in de tekst, op pagina 171, moet dus iets verbeterd worden:
In de zin na de witregel staat over Elo's schrijffout dat zijn verwachting bij 88 procent loopt van 328 tot 344. Dat moet dus zijn van 329 tot 345.

Op pagina 157, tweede alinea, staat een minteken in plaats van een plusteken: de standaardafwijking van het verschil is de wortel uit de som van de kwadraten van de standaardafwijkingen (stelling van Pythagoras...).

In de nabespreking op pagina 184:
De derde wedstrijd van 24 augustus 1996 was tussen NAC en Sparta.


Het hart zit links en andere medische misvattingen

Pagina 14 zesde regel van boven:
Er staat: 'om zodoende een zekere intolerantie op te bouwen'.
Dat moet zijn: 'een zekere tolerantie'.

Pagina 30 onderaan de derde alinea:
De hersenen van de mens wegen niet anderhalve pond maar anderhalve kilo.

Pagina 91 tweede regel van boven:
Er staat 'hoe hoger de spanning', dat moet zijn 'hoe hoger de stroomsterkte'. Een klassieke fout...

Pagina 92 over 'Een kleine dosis radioactiviteit:
De ideeën van de stralingsbeschermers veranderen voortdurend, en mijn beschrijving van de problemen was niet geheel adequaat. Ik moet nog denken en lezen over een betere samenvatting.

Pagina 118 onderaan:
Het artikel van Niestijl Jansen e.a. is gepubliceerd in de Journal of allergy and clinical immunology, dl. 93 (1994), p. 446-456.

Pagina 120 laatste alinea:
Onderzoek om de bevindingen van Skakkebaek e.a. te bevestigen is op niets uitgelopen en er is achteraf veel kritiek op zijn werk gekomen. Met de kwaliteit van het sperma valt het allemaal wel mee, met die van het wetenschappelijk onderzoek in deze een stuk minder.


Het kerkhof van de wetenschap

Pagina 25, bovenaan:
Niet alleen op Mars ontdekte Lowell kanalen: ook op Mercurius kon hij ze duidelijk onderscheiden (P. Moore: Guinness astronomieboek, p. 39).

Pagina 26, bovenaan:
De foto is verkeerd afgedrukt en moet een kwart slag tegen de klok in gedraaid worden.

Pagina 39, staatje:
In het Trias kwamen niet de eerste zoogdieren, zoals er staat, maar de eerste dinosauriërs.

Pagina 131, onderaan:
Er is discussie mogelijk over de vraag of het vermoeden van Goldbach een onbewijsbare stelling is zoals door Gödel bedoeld. Volgens sommigen is dit onzin en is het vermoeden eenvoudig nog niet bewezen of weerlegd, volgens anderen zou men dit wel degelijk als axioma kunnen toevoegen. Ik heb er te weinig verstand van om hierover een zinnige uitspraak te doen. Kan iemand anders er licht over laten schijnen?