| Van Maanen | Hans van Maanen |
|
Geen wolf en zeven geitjesAvantiBij Smokkelen en Vlaggenroof wordt het kostbare bezit heimelijk naar de overkant vervoerd, bij Avanti gaat alles openlijk. Het spel werd op de markt gebracht door Diset, uit Barcelona; zij kunnen niet meer nagaan wie het bedacht heeft. Er is meer ruimte voor tactiek dan op het eerste gezicht lijkt.
De beginopstelling geeft de figuur hierboven. De steen in de linkerbenedenhoek (a1 voor wit, h8 voor zwart) heeft een 'schat' op de rug (geel voor wit, groen voor zwart), en die schat moet naar de 'kluis' in de linkerbovenhoek (rood voor wit op a8, blauw op h1 voor zwart). De schat komt nooit in aanraking met het bord: hij wordt verplaatst over de ruggen van de gewone stenen. Winnaar is degeen die zijn schat het eerst in de kluis heeft gezet. Wit begint, daarna zetten de spelers om beurten -- ofwel met een van hun stenen, ofwel met hun schat, ofwel met de kluis van de tegenpartij. De gewone stenen kunnen zich alleen springend voortbewegen, over een rij van een of meer stenen van de eigen kleur. De steen springt, orthogonaal of diagonaal, over de direct voor hem liggende steen of stenen, en landt op het veld erachter. De eerste zet is dus altijd met een steen van de eerste rij naar de derde rij. De stenen mogen niet over velden die leeg zijn of die door de tegenstander zijn bezet, ze mogen ook niet achteruit zetten, en ze mogen maar een enkele sprong per beurt maken. De steen die de schat torst, kan niet worden bewogen en stenen mogen niet over de eigen schat heenspringen. De schat beweegt naar voren of naar achteren zonder ooit het bord te raken. De schat mag over meer dan een steen schuiven, willekeurig ver en in alle richtingen, zo lang hij maar over de ruggen van de stenen gaat. De stenen geven als het ware de schat door. Bovendien mag de schat over de kluis van de andere partij springen -- niet erop gaan staan. Zo proberen de partijen hun schat naar de kluis te brengen. Een kleine complicatie daarbij is echter dat wit de zwarte kluis beheert en zwart de witte. Wit mag de blauwe steen verplaatsen over de eigen achterlijn -- precies zoals de gewone stenen, dus springend over een aansluitende rij stenen -- en zwart de rode. Het is alleraardigst om te wachten tot de vijand een mooie keten voor zijn schat heeft gemaakt en dan snel de kluis te verplaatsen. Stenen kunnen, ten slotte, ook slaan en geslagen worden. Als achter de rij waaroverheen wordt gesprongen niet een leeg veld ligt maar een steen van de tegenstander, dan landt de springende steen op dat veld, en de steen die daar lag verdwijnt van het bord. Het slaan mag, anders dan het zetten, wel achterwaarts. De kluis, de schat en de steen die de schat draagt kunnen niet worden geslagen. Winnaar is degeen die als eerste erin slaagt zijn schat op de kluis aan de overzijde van het bord te zetten. Het spel is remise als duidelijk wordt dat geen van beide spelers dit doel nog kan bereiken.
De figuur hierboven geeft een spelsituatie. Zwart aan zet kan zijn schat op d5 naar de kluis op e1 brengen. Maar wit is aan zet, en hij kan zich op twee manieren redden. Hij kan de kluis naar b1 brengen, en hij kan met c1 de zwarte steen op e3 slaan om de zwarte keten te doorbreken. Merk op dat zwart met bij voorbeeld d4 niet de witte steen op c3 kan slaan: er moet over een of meer eigen stenen worden gesprongen. Het is van belang zowel de stenen als de kluis beweeglijk te houden. Doordat de stenen niet achteruit mogen en alleen met behulp van andere stenen kunnen zetten, raken ze snel geïsoleerd. De kluis moet kunnen springen om hem op tijd weg te halen als de vijandelijke schat eraan komt. Daarvoor zijn stenen op de achterlijn nodig -- maar er zijn ook stenen midden op het veld nodig om de schat te kunnen verplaatsen. Let op het slaan: dat is de eerste paar keer onoverzichtelijk.
Terug naar inhoud |