| Van Maanen | Hans van Maanen |
|
Geen wolf en zeven geitjesBillabongBij de billabong, zo wil het Australische lied, kampeerde eens een vrolijke landloper. In het even vrolijke spel Billabong, ontworpen door de Engelsman Eric Solomon, rennen kangoeroes er zo snel mogelijk omheen. Een billabong is een vijver, een stilstaand water, middenin het dambord van tien bij tien. De billabong kan bij voorbeeld worden aangegeven met een stuk karton of met een paar munten of stapeltjes damstenen. De billabong is twee bij vier velden groot. Bovendien is er een (al dan niet denkbeeldige) start- en finishlijn, zodat het veld eruit ziet als hieronder.
De twee spelers beschikken elk over vijf kangoeroes, de ene ploeg is wit, de andere zwart. Bij het begin van het spel worden de teams opgesteld; daarbij mogen de kangoeroes op elke onbezette plaats van het speelveld gaan staan. Dat klinkt vreemd, maar het is net als bij een veldloop: sommige renners blijven liever wat achteraan hangen tot het gedrang bij de start voorbij is. Ze komen wel wat later over de startlijn, maar kunnen hun eigen route kiezen en hun eigen tempo lopen. Evenzo kan het voordelig zijn om de kangoeroes wat verder naar achter te zetten zodat ze straks meer ruimte hebben. Maar ze doen uiteraard pas echt mee aan de race als ze de startlijn gepasseerd zijn. De speler wiens complete team een hele ronde van start tot finish heeft gemaakt, is de winnaar. De kangoeroes kunnen stappen of springen. Een stap gaat eenvoudig naar een aangrenzend leeg veld, recht of schuin. Het mooie van het spel zit in het springen van de kangoeroes. Als een aangrenzend veld -- recht of schuin -- bezet is door een andere kangoeroe -- eigen of vijandig -- en het veld daarachter is leeg, dan mag de kangoeroe over de ander heen springen en landen op het lege veld, net als bij Sprinkhaan. Maar als de andere kangoeroe twee (of meer) velden weg staat, dan landt de springer twee (of meer) velden voorbij de besprongene. De tussenliggende velden moeten uiteraard wel leeg zijn, maar in een enkele beurt kan een kangoeroe net zo veel sprongen maken als hij wil. Op die manier kan hij enorme afstanden per beurt afleggen. Soms is het zelfs handig om een kangoeroe eerst een paar stappen terug te laten doen zodat hij daarna in een paar reuzesprongen het halve bord kan overbruggen. De sprong moet altijd in een rechte lijn gaan, orthogonaal of diagonaal over het veld, tussen de twee kangoeroes mogen verder geen kangoeroes staan, en de kangoeroes hoeven niet van de eigen kleur te zijn. Bovendien is het verboden over de billabong heen te springen. Kangoeroes mogen er wel langs, maar niet eroverheen. Zodra een kangoeroe een rondje gemaakt heeft en op een veld achter de finishlijn is geland, wordt hij van het veld genomen en in de billabong geplaatst om af te koelen. De andere kangoeroes blijven racen; wie het eerst alle kangoeroes over de finish heeft, is de winnaar. Net als bij Sprinkhaan is het van belang goed de sprongen te bemeten. Probeer uw kangoeroes in een goede formatie te krijgen zodat ze efficiënt over elkaar kunnen springen. Reken niet te veel op de kangoeroes van de ander, en bedenk dat de binnenbocht altijd korter is. Billabong kan uiteraard ook met drie of vier spelers worden gespeeld, mits men voldoende onderscheiden kangoeroes weet te maken. Het bord kan, voor de liefhebbers, worden uitgebreid tot zestien bij achttien: dan is het beter om de teams te vergroten tot zes kangoeroes en de billabong vier bij zes te maken. Als er zo veel kangoeroes op het veld rondhupsen, kan het gebeuren dat sommige nog niet over de startlijn zijn terwijl andere al bijna naar de finish toegaan. Om geen ruzie te krijgen is het handig om dan een onderscheid te maken tussen beide. Het eenvoudigst gaat dat door onder de kangoeroes die nog niet de startlijn zijn gepasseerd een extra damsteen te leggen -- dat is hun 'joey', om in stijl te blijven. Die methode kan uiteraard ook worden gebruikt als er slechts twee spelers zijn.
Terug naar inhoud |