Van Maanen Hans van Maanen

klikklikklikklik

Geen wolf en zeven geitjes

Doorbraak

Op een veld van het dambord past eigenlijk niet meer dan een enkele damschijf. Wat gebeurt er als we er meer op willen zetten, als we de 'capaciteit' van een veld overschrijden? Dan ontploft de boel en vliegen de schijven in verschillende richtingen weg.
Ziedaar de originele gedachte waarop de Nederlander Christiaan Freeling zijn spel Doorbraak baseerde. Onder de naam Breakthrough werd het gepubliceerd in het Amerikaanse tijdschrift Games.

Het speelveld is vijf bij negen. De spelers beginnen met tweemaal vijf stenen op hun eerste twee rijden. Een bijzondere rol is weggelegd voor de zevende rij voor beide spelers; die kan eventueel worden gemerkt. Wie het eerst een steen op de negende zij brengt, heeft gewonnen.

Zetten zijn in principe altijd diagonaal, willekeurig ver naar voren of naar achteren, zoals de loper in het schaakspel. Er wordt niet over stenen gesprongen, en stenen kunnen ook niet naar velden die door vijandelijke stenen zijn bezet. Wel mag een steen op een veld landen waar al een of meer eigen stenen staan -- rekening houdend met de 'capaciteit' van het veld.

De velden aan de rand hebben een andere capaciteit dan de velden midden op het bord. Op een randveld mag slechts een steen staan, op de andere twee. Als er nog een steen bijkomt, wordt de capaciteit overschreden. In de dan volgende explosie worden alle stenen van het veld gehaald en verdeeld over de aangrenzende vakken recht vooruit en direct aan weerszijden -- vanuit een exploderend middenveld gaat dus een steen naar rechts, een steen naar links, en een steen recht naar voren, bij een exploderend randveld een naar voren en een opzij. Het ontplofte veld blijft leeg achter.

In de beginopstelling zet wit bij voorbeeld b2-a1. Daardoor wordt de capaciteit van het hoekveld a1 overschreden, en het explodeert. Een steen gaat naar rechts, naar b1, en een naar voren, naar a2. Op b2 mogen twee stenen staan, dus daar gebeurt verder niets. Maar a2 is op zijn beurt overvol, ontploft, en de stenen vliegen naar b2 (inmiddels leeg) en naar a3. Daarmee is de rust weergekeerd en wits beurt voorbij, maar het zal duidelijk zijn dat op deze manier forse kettingreacties kunnen ontstaan. Die maken het spel onoverzichtelijk en spannend.

Een stapel van twee stenen wordt als geheel beschouwd. De twee stenen op b1 gaan in een volgende beurt samen naar a2 of c2. Als echter op a2 tegen die tijd een steen zou staan, dan mag de stapel daar niet heen, want dan zou de explosie niet volgens de regels kunnen geschieden. Evenzo mag een stapel van twee niet naar een middenveld waar al een stapel van twee staat.

Vijandelijke stenen kunnen alleen worden geslagen via explosies. Als een wegvliegende steen terechtkomt op een veld waar een of meer stenen van de tegenstander staan, worden die van het bord genomen.

Dan de zevende rij, de 'handicap' in het spel. Een steen kan alleen voorbij de zevende, dus op de achtste, komen via een explosie, niet door een gewone zet. Staat een steen op de zevende rij, dan kan hij niet worden geslagen; als de tegenstander toch door een explosie een steen naar de onkwetsbare steen stuurt, dan wordt de steen van de tegenstander van het bord genomen. Een steen mag wel van de zevende rij terug naar achteren, maar moet dan weer naar de achtste worden gebracht via een ontploffing.

Ten slotte een regel die ook nog handig kan zijn: een speler mag te allen tijde passen.

Volgend spel: Epaminondas


Terug naar inhoud