Van Maanen Hans van Maanen

klikklikklikklikklik

Geen wolf en zeven geitjes

Entropie

Met Entropie gaan we helemaal ons boekje te buiten -- vandaar dat we het tot het laatst hebben bewaard. Maar het is te mooi om niet te melden.

Er zijn vijfentwintig witte damstenen voor nodig, die bovendien nog in groepen van vijf moeten worden verdeeld -- door kleurtjes, etiketten, nummers of letters of wat ook. Laten we aannemen dat we vijf kleuren nemen: rood, geel, blauw, groen en paars.

Entropie is een term uit de natuurkunde, waarmee ongeveer de mate van wanorde wordt aangeduid. In het spel streeft de ene speler naar zoveel mogelijk orde, de andere probeert die orde juist te voorkomen. Het spel werd bedacht door de Engelsman Eric Solomon.

Het speelbord is vijf bij vijf en om te beginnen leeg. Naast het bord liggen de damstenen, goed geschud en met de gekleurde kant naar beneden als waren het Scrabble-letters. De taken zijn verdeeld: een van de spelers is 'legger', hij legt de stenen op het bord, de ander is 'schuiver', hij mag de neergelegde stenen verschuiven. De 'legger' probeert te voorkomen dat de 'schuiver' symmetrische patronen -- orde -- op het bord krijgt.

De 'legger' neemt een van de naast het bord liggende damstenen, draait deze met de kleur naar boven en legt hem op een leeg veld naar eigen inzicht. De 'schuiver' neemt dan een van de op het bord liggende stenen en schuift die door naar een door hem gewenst veld. Het schuiven mag alleen langs een rechte lijn en niet over de diagonalen, en ook mag niet over andere stenen worden gesprongen. Daar staat tegenover dat de schuiver niet verplicht is de laatst-neergelegde steen te nemen: en dat hij ook mag passen.

Nu is de legger weer, en zo gaat het spel verder. De 'schuiver' probeert de neergelegde stenen zo te schuiven dat er zoveel mogelijk symmetrische patronen op het bord komen te liggen, de 'legger' probeert het hem zo moeilijk mogelijk te maken. maar hij ziet niet welke kleur hij pakt, zodat ook zijn spel beperkt wordt.

Als alle vijfentwintig stenen liggen, wordt er geteld. De algemene regel is dat elke symmetrische reeks telt voor zoveel punten als er stenen in die reeks liggen. Een symmetrische reeks is een horizontale of verticale rij van twee of meer naast elkaar liggende stenen die hetzelfde blijft of hij nu vanaf de ene kant wordt 'gelezen' of vanaf de andere kant. De rij rood-paars-rood is dus een symmetrische reeks van drie, die drie punten oplevert. De rij rood-paars-blauw is niet symmetrisch en levert dus niets op.

Elke steen mag aan meer dan een symmetrische reeks deelnemen. Bij voorbeeld de rij rood-rood-rood-paars-rood levert tien punten: twee voor de eerste twee rode, twee voor de volgende twee, drie voor de reeks rood-rood-rood van de eerste drie stenen, en drie voor de reeks rood-paars-rood van de laatste drie. De reeks rood-rood-rood van de eerste, derde en vijfde steen telt niet omdat de stenen naast elkaar moeten liggen. De figuur geeft een eindstand met de volgende score: horizontaal 30+7+8+0+6, verticaal 4+0+7+6+6, totaal 74. Uiteraard komt de bovenste reeks in echt spel nooit voor; een goede score ligt rond de veertig.

Als er is geteld, wordt de score genoteerd en worden de rollen omgedraaid. De 'legger' wordt 'schuiver' en moet proberen de score van de ander te verbeteren.

Hoe vaker u speelt, hoe hoger u zult gaan scoren. Patronen worden duidelijker, en u let op de stenen die al uit het spel zijn. Als het goed is, werkt u ook een beetje met kansrekening.

Het spel werd op de markt gebracht niet met damstenen maar met een zakje met vijf keer vijf pokerfiches waaruit blindelings moest worden genomen. Zo kunt u het natuurlijk ook doen.

Terug naar inhoud