Van Maanen Hans van Maanen

klikklikklikklikklik

Geen wolf en zeven geitjes

Epaminondas

Het spel Epaminondas werd bedacht door Robert Abbott, die vooral bekendheid verwierf door een prachtig kaartspel, Eleusis, en bijzondere doolhoven. Maar Epaminondas mag er ook wezen. De twee strijdmachten denderen langs en over elkaar heen om zo snel mogelijk een man aan de overkant te hebben.

Abbott noemde zijn spel oorspronkelijk Crossings, en liet het spelen op een veld van acht bij acht. Later verfijnde hij de spelregels nog wat, breidde het bord uit tot twaalf bij veertien, en bracht het op de markt onder de naam Epaminondas -- naar de Thebaanse generaal die het concept van de gesloten slagorde, de falanx, zo verbeterde dat hij er de Spartanen mee verpletterde in de slag bij Leuktra (371 v.C.). De gesloten slagorde speelt ook een belangrijke rol in Abbotts spel. Met zijn instemming zullen wij het spelen op een veld van tien bij tien, het dambord. Hij zou het spel trouwens nu liever weer gewoon Crossings noemen, zei hij.

De soldaten, de witte en zwarte damstenen, staan opgesteld in twee rijen van tien aan weerszijden van het veld. Wit begint, daarna om beurten een zet.

Elke steen mag altijd een vakje horizontaal, verticaal of diagonaal bewegen naar een leeg veld. Maar een rij stenen van dezelfde kleur achter elkaar -- een falanx -- heeft extra stootkracht. Een falanx mag zo veel velden in zijn lengterichting opschuiven als het aantal stenen dat de falanx telt -- zo lang de falanx uiteraard niet de rand van het bord of een steen van de eigen kleur tegenkomt. bij voorbeeld een horizontale falanx van drie stenen mag naar links of naar rechts in zijn geheel drie vakjes opschuiven. In figuur 12 heeft wit zo'n falanx van drie, en zwart een falanx van vier -- die langs de diagonaal naar beneden vier velden kan doorschuiven en langs de diagonaal naar boven twee. Een falanx hoeft niet als vast geheel te worden bewogen: van een rij van vier mag een speler ook bij voorbeeld alleen de voorste twee schijven als falanx van twee gebruiken en die twee vakjes vooruitschuiven: zwart kan met h8 en g7 doorstomen naar j10 en i9. Elke steen van een falanx kan ook worden beschouwd als een losse steen, die dan naar een aansluitend leeg veld mag worden verplaatst: zwart doet bij voorbeeld f6-e6. Daarmee wordt de falanx natuurlijk wel opgebroken.

Het slaan gaat als volgt. Als een falanx tijdens zijn opmars op een vijandelijke, kleinere falanx stuit, wordt de kleinste falanx in zijn geheel van het veld genomen. De winnende falanx rukt op tot het veld waar de kop van de vijandelijke falanx stond. In de figuur hieronder kan de witte falanx van drie de zwarte van h5/i5 veroveren. Vervolgens kan de zwarte diagonale falanx een steen uit de witte falanx, g5, wegslaan: weliswaar staat die witte horizontaal in de falanx, maar in diagonale richting heeft hij geen rugdekking en telt hij dus als losse steen. Twee even grote falanxen kunnen elkaar niet slaan.

Wie als eerste een steen naar de overzijde van het bord weet te brengen, is winnaar -- tenzij de tegenstander onmiddellijk daarop hetzelfde kan doen aan de andere kant van het bord, of die steen kan slaan. In dat geval gaat de strijd door alsof er niets was gebeurd. Exact geformuleerd is de regel: een speler heeft gewonnen als hij, aan zet zijnde, meer stenen op de achterste rij heeft staan dan de tegenstander. Dat betekent bij voorbeeld ook dat als beide partijen drie stenen op de achterste lijn hebben staan en zwart slaat een witte steen weg, dat wit dan in zijn beurt ofwel een nieuwe steen naar de achterlijn moet brengen, ofwel een zwarte steen op diens winnende lijn moet wegslaan: anders gaat zwart de beurt in met meer stenen aan de overkant dan wit en wint zwart.

Zwart kan altijd remise houden door precies analoog aan wit te zetten, zoals kinderen nog wel eens tegen sterkere tegenstanders willen schaken. Wie als wit zo'n tegenstander treft, kan beter meteen een andere opponent zoeken, al zijn er regels te bedenken die zwarts 'strategie' kunnen doorkruisen. Abbott stelt voor: een speler mag geen steen naar zijn winnende lijn brengen als daarmee een diagonaal-gespiegeld patroon ontstaat.

In de oorspronkelijke versie, Crossings, sloeg een falanx niet de gehele vijandelijke falanx, maar alleen de hoofdman, de voorste steen. Abbott beschouwde zijn nieuwe manier van slaan als een fundamentele verbetering, maar moest na een discussie in de vakbladen toegeven dat er eigenlijk twee verschillende spelen, elk met een eigen strategie, waren ontstaan. Er is dus keus.

Volgende spel: Vlaggenroof


Terug naar inhoud