Van Maanen Hans van Maanen

klikklikklikklikklik

Geen wolf en zeven geitjes

Meidenjacht

Op een bord van acht bij acht staan twee jongens op de zwarte hoekvelden. De ene jongen wordt voorgesteld door een wit-zwart-wit stapeltje damstenen, de andere door een zwart-wit-zwart, of door een witte of zwarte toren uit het schaakspel.

Verder zijn er dertien meiden, witte damschijven. De winnaar van de vorige partij legt deze neer op willekeurige lege velden -- het maakt werkelijk niet veel uit waar ze staan. Vervolgens mag de verliezer van de vorige partij kiezen: of hij begint, of hij zegt met welke jongen hij wil spelen.

De jongens bewegen als torens uit het schaakspel: alleen recht, niet diagonaal, en niet springen. Hun bedoeling is het, elkaar te slaan subsidiair zoveel mogelijk witte stenen te slaan -- meiden te veroveren. Het slaan gaat ook als bij schaken: op het veld gaan staan waar het gewenste stuk staat en dat van het bord nemen.

Wie dus de vijand heeft veroverd, wint direct. Het spel is ook afgelopen als er geen meiden meer te veroveren zijn, dan wint de speler die de meeste witte damschijven in zijn bezit heeft. Na het nemen van de laatste meid is het spel meteen ten einde; de slaande jongen kan dan niet meer worden geslagen. Slaan is uiteraard niet verplicht.

Het belangrijkste is van tevoren een efficiënte koers uit te stippelen en die van de tegenstander te verstoren. Met de varianten van Kikkers erbij valt er nog wat meer leven in de brouwerij te brengen, en het spel laat zich ook uitstekend spelen als de jongens niet als torens maar als paarden uit het schaakspel bewegen -- een veld recht en een veld schuin.

Volgende spel: Netwerk


Terug naar inhoud