Van Maanen Hans van Maanen

klikklikklikklik

Geen wolf en zeven geitjes

Molenspel

Kenners noemen de nu volgende spelen n-op-een-rij-spelen: met allerlei wisselende spelregels is het steeds de bedoeling drie, vier of vijf stenen op een rij te krijgen. De bekendste en allersimpelste onder dit soort spelletjes is natuurlijk Boter, kaas en eieren; met dambord en damschijven vormt het Molenspel de basis.

Het eigenlijke Boter, kaas en eieren zal amper uitleg behoeven. Het bord is drie bij drie, wit beschikt over vijf damstenen en zwart over vier. Om beurten leggen de partijen een steen in een leeg veld naar keuze, en wie erin slaagt drie stenen op een rij te krijgen, heeft gewonnen. De genoemde kenners houden altijd remise, maar kinderen en lagere diersoorten zijn nog wel eens te verschalken.

Met potlood en papier zijn gedane zetten definitief, maar met een dambord en stenen kunnen we schuiven. Zo ontstaat het Molenspel plus alle varianten.

Het bord blijft drie bij drie, maar beide spelers beschikken over slechts drie stenen. Om beurten leggen zij die op een leeg veld naar keuze en proberen weer een rij van drie te maken -- niet diagonaal, alleen orthogonaal. Als dat niet gelukt is, gaat de tweede fase in: daarin mogen de spelers om beurten een eigen steen naar een aangrenzend (wederom alleen orthogonaal) leeg veld schuiven om alsnog te proberen drie op een rij te krijgen.

De jonge Egyptenaren deden het al ingewikkelder: uit 1400 voor het begin van onze jaartelling stamt een bord waarin ook de diagonalen zijn gekerfd. Weer krijgen beide spelers slechts drie stenen, maar zij mogen nu ook proberen drie op een diagonaal te krijgen, en zij mogen ook over de diagonalen schuiven. De Romeinse schrijver Ovidius noemt het spel onder meer in zijn boek Minnekunst, en hij beveelt in dat verband iedereen aan het te leren.

Wit kan het spel altijd winnen door in het midden te beginnen:

1. b2 a1
2. b3 b1
3. c1 a3
en zwart kan weinig doen tegen 4. b2-c2 en 5. b3-c3. Of:

1. b2 b1
2. a3 c1
3. a1 a2

en zwart kan de opmars a3-b3-c3 niet voorkomen. In Frankrijk wordt de eerste speler daarom verboden meteen op het middelste veld te zetten.

Het spel kan ook op een bord van vier bij vier worden gespeeld en/of met vier stenen voor elke speler.

Bij Teeko, bedacht door de Amerikaan John Scarne, wordt op een bord van vijf bij vijf met ieder vier stenen gespeeld. Winnaar is de speler die als eerste zijn stenen ofwel in een rechte lijn weet te brengen, ofwel in een vierkant van twee bij twee.

Het belangrijkste winstpunt van het spelen op een dambord boven papier is echter, dat we niet meer gebonden zijn aan het platte vlak -- we kunnen in drie dimensies spelen. Het mooiste spel levert dan een 'kubus' van vier bij vier bij vier, wie als eerste vier op een rechte lijn heeft, in welke richting ook, wint. Geschoven wordt er niet. Voor dit spel zijn theoretisch tweeëndertig damstenen per speler nodig, maar het lukt meestal wel met minder.

Volgende spel: Sjiva


Terug naar inhoud