Van Maanen Hans van Maanen

klikklikklikklikklik

Geen wolf en zeven geitjes

Pasta

Bij Pasta, en de drie volgende spelen, is het de bedoeling als eerste een steen aan de overkant te krijgen. Niet het gehele leger, maar slechts een enkele soldaat hoeft door de vijandelijke linies heen te breken.

Pasta werd bedacht door de Amerikaan Alvin Paster, als kwiekere variant van het door de schaker Emanuel Lasker ontworpen Laska. Laska laat zich moeilijk met damschijven spelen, Pasta gaat prima. Paster publiceerde zijn spel in 1956 in het blad Computing News.
Op een veld van acht bij acht wordt uitsluitend op de zwarte velden gespeeld. Beide spelers beginnen met twaalf stenen in drie rijen van vier, zoals in de figuur.

De stenen bewegen uitsluitend diagonaal vooruit naar een aangrenzend leeg veld. Maar als op een diagonaal aangrenzend veld een vijandelijke steen ligt en het veld daar weer achter is leeg, dan wordt de vijandelijke steen veroverd. De slaande steen springt op de gewonnen steen, en neemt hem mee naar het lege veld erachter. Hieronder de situatie voor en na het slaan van de zwarte steen op b2 door de witte op a1.

Bij Sprinkhaan bleef de besprongen steen gewoon liggen, maar hier wordt hij onder de veroveraar geschoven en meegenomen, naar c3. Zo kunnen dus stapeltjes van stenen ontstaan; eigenaar is steeds degene wiens steen bovenligt. Stapeltjes kunnen worden geslagen, maar dan wordt alleen de bovenste steen van de stapel meegenomen. Spelers zijn verplicht te slaan, en ze moeten bovendien zoveel mogelijk stenen nemen -- meerslag gaat voor.

Als bovenop een stapel twee stenen van dezelfde kleur liggen, wordt die stapel een 'koning' en mag hij zowel achteruit als vooruit zetten en nemen. Een koning mag echter in een zet niet heen en weer springen over steeds dezelfde stapel om hem zo op te ruimen, daar tussendoor moet eerst een andere steen of stapel worden geslagen.

Wie als eerste met een steen, stapel of koning de overzijde bereikt, is winnaar. Ook hier blijft echter de regel van meerslag gelden: als een koning op de achterlijn kan doorgaan met slaan en dus weer van de achterlijn afmoet, is het spel nog niet gewonnen. De winnende zet moet werkelijk eindigen op de vijandelijke achterlijn.

Pasta is een razendsnel spelletje, waarbij de spelers voortdurend op hun tellen moeten blijven passen. Vooral offers kunnen erg gevaarlijk zijn, omdat daarmee snel koningen kunnen worden gevormd die vervolgens veel ravage kunnen veroorzaken. Hoewel de 'salami-tactiek' van het heen- en terugspringen is verboden, kunnen riskante situaties ontstaan als ergens veel koningen bij elkaar staan.

Vooral stapels met meer dan twee gelijke stenen bovenop -- door Paster 'tjiangs' genoemd -- zijn zeer machtig: ze kunnen door een vijandelijke stelling heen denderen en geslagen worden zonder dat ze daar veel van merken.

Een korte partij kan de gang van zaken illustreren. De notatie is 'algebraïsch', bekend van het schaken: het veld van het te bewegen stuk wordt aangegeven met een letter en een cijfer, en vervolgens wordt op dezelfde manier aangegeven naar welk veld het stuk gaat. Bij een gewone zet staat tussen de twee velden een streepje, als er wordt geslagen een maalteken.

1. c3-b4 b6-a5
2. e3-d4 a5xc3
3. d2xb4 d6-c5

Als wit nu 4. b4xd6 doet, geeft hij een koning aan zwart, dus hij besluit -- helaas ten onrechte -- tot

4. d4xb6 a7xc5
5. b4xd6 b6xd4

waardoor zwart wint.

Volgende spel: Fianco


Terug naar inhoud