| Van Maanen | Hans van Maanen |
|
Geen wolf en zeven geitjesQueahQueah is eigenlijk de naam van de Liberiaanse stam die dit spel speelt, maar H. J. R. Murray schrijft in zijn 'A history of board games other than chess' dat hij niet weet hoe het spel door de spelers wordt genoemd. Zijn beschrijving is niet voldoende voor een sluitend spel. Na enig proberen komen we tot het volgende voorstel. Het bord is vijf bij vijf. Alleen de zwarte velden worden gebruikt, dus alle zetten zijn diagonaal. De beginopstelling met acht stenen geeft de figuur; daarnaast hebben de spelers elk nog zes stenen 'achter de hand'.
Het slaan van stenen gaat net als bij ons Dammen: over een steen heen naar een vrij veld erachter. De geslagen steen wordt van het veld genomen. Maar voordat de volgende speler weer zet, mag hij eerst een nieuwe steen op een van zijn achterste velden neerzetten -- zijn al die velden bezet, dan gaat zijn kans de strijdmacht aan te vullen voorbij, en moet hij het verder zien te rooien met een steen minder. Een originele formule, die het slaan van stenen van de vijand soms zeer nadelig kan maken. De nieuw in het spel gebrachte steen doet meteen mee, en mag dus meteen een andere steen slaan. Per keer wordt slechts een steen geslagen, er is geen slagdwang. Verliezer is degeen die geen reservestenen meer heeft om zijn ploeg aan te vullen. De eigen achterste velden moeten worden vrijgehouden voor de reservetroepen, maar in het midden van het veld loopt men meer risico te worden geslagen. De velden aan de zijkant zijn, kortom, favoriet, maar daarvan zijn er slechts twee. Een spel om verder mee te experimenteren -- met meerslag, verplicht slaan, grotere borden, andere manieren van zetten, enzovoort.
Terug naar inhoud |