| Van Maanen | Hans van Maanen |
|
Geen wolf en zeven geitjesSprinkhaanWe openen met een viertal spelletjes waarin het de bedoeling is van plaats te wisselen: de spelers moeten hun stenen zo snel mogelijk overbrengen naar de andere kant van het bord en ze daar groeperen in de opstelling waarin de tegenstander begon. Het bekendste voorbeeld van dit soort spelen is Halma, en Sprinkhaan is hiervan de verkleinde uitvoering. Het voordeel van het kleinere veld is, dat er niet zo eindeloos in het midden hoeft te worden geschoven: het tempo ligt wat hoger. Halma werd overigens eerst ook op een klein bord gespeeld en niet, zoals tegenwoordig, op een bord van zestien bij zestien. Het dubbele bord werd, naar het schijnt, bedacht in 1883 door George Howard Monks, een jonge Amerikaanse arts die op dat moment in Londen studeerde. Voordien heette het spel in Engeland Hoppity, en in Frankrijk Criquet. 'Halma' is Grieks voor 'springen' en 'criquet' is Frans voor 'sprinkhaan'.
Bij Sprinkhaan staan de tien stenen van de spelers opgesteld op een bord van acht bij acht, zoals in de figuur hierboven. De bedoeling is, zoals gezegd, de positie van de tegenstander in te nemen, dus alle stenen naar de andere hoek van het veld te transporteren. Er wordt geloot wie de eerste zet doet; het is gebruikelijk dat die speler met de witte stenen speelt en de ander met de zwarte. De spelers zetten om beurten een van hun stenen. Daartoe staan twee soorten van voortbewegen open -- de stap en de sprong. De keus ertussen is vrij, maar een beurt bestaat uit hetzij een stap, hetzij een sprong. Bij de stap wordt een steen eenvoudig naar een willekeurig aangrenzend leeg veld geschoven, recht, schuin, vooruit of achteruit. Als echter op het aangrenzende veld al een steen staat terwijl het veld in rechte lijn daarachter leeg is, dan mag er gesprongen worden, over de steen heen naar het lege veld. Het doet er niet toe welke kleur de andere steen heeft: over zowel eigen als vijandelijke stenen mag worden gesprongen, en de steen blijft gewoon op het eigen veld staan. Er wordt dus nooit geslagen bij Sprinkhaan.
In een beurt mag een steen verschillende sprongen achtereen maken. Een speler is niet verplicht een mogelijke reeks van sprongen geheel af te maken. (Als we de schaaknotatie volgen en de positie van het stuk op het bord aanduiden door eerst de letter van de rij waarop hij staat en dan het cijfer, dan kan in de figuur hierboven de witte steen van c2 via e4 en g4 naar g6. De steen hoeft niet verder naar e8.) Met springen kan een steen veel sneller vooruitkomen dan met een stap -- zozeer, dat het soms voordeliger is een steen een stapje terug te laten doen om daarna des te verder te kunnen springen. Wie als eerste al zijn stenen in het vijandelijke kamp heeft bijeengegaard, is de winnaar. Worden er meer spelletjes gespeeld, dan kan worden geteld hoeveel zetten de verliezer nog nodig heeft om zijn leger in de beginopstelling te hergroeperen: dat aantal telt dan als score voor de winnaar. Een extra regel wordt wel eens gebruikt om te voorkomen dat kinderachtige spelers een steen vast in hun hoek houden: vanuit de beginpositie is springen over een vijandelijke steen verplicht.
Terug naar inhoud |