| Van Maanen | Hans van Maanen |
![]() |
Chips en borstkankerDe Volkskrant, 26 februari 2005Lopen we niet wat hard van stapel? 'Borstkanker vaak 'overbehandeld',' kopte de Volkskrant vorige week. 'Minder vaak chemokuur bij borstkanker,' volgde de NRC. Over twee jaar, als we de onderzoekers van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam mogen geloven, zal er een test op de markt zijn die vrouwen een onnodige chemokuur kan besparen: 'Nu worden vrouwen vaak overbehandeld,' aldus onderzoeksleider John Foekens enthousiast.De kranten kwamen er, door al die geestdrift, niet aan toe uit te leggen wat er nu precies gevonden was, laat staan zich af te vragen of die geestdrift wel gerechtvaardigd was. Als de uitzaaiing van een tumor door een enkel uitzaaiingsgen zou worden bepaald, was het makkelijk: vrouwen bij wie dat gen actief is, moeten preventieve chemotherapie krijgen. Zo is het helaas niet. Er zijn inmiddels zeker duizend genen bekend die allemaal een kleine rol lijken te kunnen spelen - niemand weet welke belangrijk zijn en welke niet, en niemand kan voorspellen of er niet nog een heleboel andere zijn. Daar is dus geen beginnen aan. Maar tegenwoordig bestaan er de zogeheten DNA-chips, waarmee de activiteit van duizenden genen tegelijk kan worden bekeken. Daarmee kan dan eerst een lijst worden opgesteld van kanshebbers, en van die kanshebbers wordt gekeken welke het meest actief waren bij onbehandelde vrouwen van wie een tumor later toch uitzaaide. Zo pikte Foekens uit 17.819 genen er uiteindelijk 76 die redelijk uitzaaiingen konden voorspellen. Nu krijgt bijna negentig procent van de vrouwen voor de zekerheid een chemokuur, met Foekens' test zou dat nog maar de helft zijn. Andersom scheelt het niet: zeven procent van de vrouwen wie op grond van de genentest zou worden aangeraden geen chemokuur te nemen, krijgt toch een uitzaaiing, evenveel als tegenwoordig. Dat klinkt mooi. Het probleem is alleen, dat dit onderzoek drie jaar geleden ook al is gedaan, door Laura van 't Veer in Amsterdam. Ook zij vond zeventig genen die uitzaaiingen konden voorspellen - maar het rare is, dat de Amsterdamse verzameling, op drie genen na, geheel verschilt van de Rotterdamse. Dat komt vooral, zoals de natuurkundige Eytan Domany van het Israelische Weizmann-instituut onlangs eens uitlegde in een artikel in Bioinformatics, door die noodzaak van eerste schifting, die lijst kanshebbers. Het is alsof we een veld hebben met duizenden hardlopers die allemaal ongeveer even goed zijn. Dan eindigt, puur door toevallige omstandigheden, bij de ene race een heel andere verzameling lopers bovenaan dan bij de andere. Wie slechts een enkele uitslag gebruikt om kampioenen te selecteren, kan de plank flink misslaan; dat de lijsten van Foekens en Van 't Veer nog drie kandidaten gemeen hebben, is eigenlijk verwonderlijker. Er zijn zwartkijkers die zeggen dat op deze manier dus alleen maar 'ruis' gemeten wordt. Een volgend onderzoek komt met weer andere genen, het heet vooruitgang maar de verwarring neemt alleen maar toe. Wie wat optimistischer is, kan volhouden dat er niets tegen is om beide tests te gebruiken, of een van beide, of nog een derde die ongetwijfeld binnenkort gepubliceerd wordt. Toch moeten, hoe dan ook, de experimenten met veel grotere aantallen worden overgedaan, en eerst door onafhankelijke laboratoria worden bevestigd. Zelfs de bepaling van de activiteit van een enkel gen is nog geen simpele procedure. En als blijkt dat door de test bijvoorbeeld niet zeven, maar tien procent van de vrouwen ten onrechte afziet van een chemokuur, is de hele zaak kansloos (het zal trouwens nog een hele toer zijn om zo'n grootschalig onderzoek op te zetten en vrouwen te vinden die eraan willen meewerken). Maar het onderliggende wetenschappelijke probleem is waarschijnlijk meer biologisch van aard. Steeds duidelijker wordt dat 'borstkanker' de verzamelnaam is voor tien, misschien wel twintig, verschillende aandoeningen, ieder met een eigen beloop en een eigen prognose. Zowel Van 't Veer als Foekens begonnen met rond de honderd patiënten, dus dan ligt het voor de hand dat in Amsterdam andere 'ziekten' werden bestudeerd dan in Rotterdam. Ook deze kwestie kan pas na onderzoek van veel meer patiënten worden opgelost. In feite hebben we nog geen idee. Van 't Veer en Foekens tasten bij hun zoektocht naar genen in het duister. Daar is niks mis mee. Het onderzoek met DNA-chips is een buitengewoon spannend wetenschapsgebied waar iedereen zeer veel van verwacht maar niet dat er over twee jaar een verantwoorde test is die uitzaaiingen kan voorspellen. Dan moet je dat ook niet in de krant zeggen.
|