Van Maanen Hans van Maanen
klikklikklikklik

Meidenprik is overdreven

De Volkskrant, 6 juli 2013

Hoe ziet Nederland er in 2040 uit? Of, meer in het bijzonder, hoeveel vrouwen zullen er in dat jaar nog overlijden aan baarmoederhalskanker? En hoeveel zijn er dan nog over die wij kunnen redden door ze nu te vaccineren? De Rotterdamse hoogleraar epidemiologie Jan Willem Coebergh en de Amsterdamse radiotherapeut Lukas Stalpers hebben een poging gedaan dit eens goed uit te rekenen. Hun conclusie: weinig.

De Gezondheidsraad stelde, in een advies uit 2008, dat door het vaccinatieprogramma de sterfte aan baarmoederhalskanker in dertig jaar zou dalen van 200 per jaar naar hooguit 60 per jaar, dus met 70 procent. Dat cijfer dook ook op in het recente Groningse proefschrift van Tjalke Westra, die gesponsord door vaccinfabrikant GlaxoSmithKline voorrekende dat de kosten van het programma gemakkelijk werden teruggewonnen door besparingen in behandelkosten, verloren levensjaren enzovoort: het kost een paar centen - 300 miljoen per jaar - maar dan heb je ook wat: 140 doden per jaar minder.

Coebergh en Stalpers kwamen deze week, in een ingezonden brief aan NRC Handelsblad, tot een iets lager cijfer. Allereerst, zo lichten zij hun berekening graag toe, daalt het aantal vrouwen dat aan baarmoederhalskanker overlijdt nog steeds. De piek werd in Nederland bereikt in de jaren zeventig, toen op 1 miljoen vrouwen er 75 aan baarmoederhalskanker overleden. In 2010 waren dat er nog maar 22, en als de trends doorzetten, zullen het er in 2040 nog 14 zijn. Er zijn in 2040 zo'n 9 miljoen vrouwen, dus zonder vaccinatie zullen er dan 126 overlijden.

Ten tweede verandert baarmoederhalskanker zelf. Het vaccin werkt vooral goed tegen plaveiselcelcarcinomen, minder tegen adenocarcinomen, terwijl die laatste tegenwoordig juist steeds vaker voorkomen. Dertig procent van de sterfgevallen is daardoor niet te voorkomen met vaccinatie: rest 84 te redden vrouwen.

Van de vrouwen die in 2040 baarmoederhalskanker krijgen, was een flink deel nog niet in Nederland toen ze twaalf waren, of door andere oorzaken niet bereikbaar voor vaccinatie. Coebergh en Stalpers schatten dat aandeel op twintig procent: rest 67 vrouwen.

Het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker via het uitstrijkje wordt efficiŽnter, ook vrouwen die daaraan niet meedoen worden zich meer bewust van de risico's, de medische wetenschap staat niet stil. Met de natte vinger nog eens een kwart van de te redden vrouwen eraf, geeft 40 vrouwen.

En ten slotte, maar dat is wellicht wat optimistisch, zal een goed antirookbeleid een flink deel van de sterfte voorkomen: baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door een virus, maar rokende vrouwen lijken twee, drie keer zo bevattelijk, en de genezingskans van rokende vrouwen is ook lager. Als het aantal rokende vrouwen de komende jaren met de helft wordt teruggebracht, halveert ook het aantal sterfgevallen door baarmoederhalskanker, tot 20 vrouwen.

Er zitten misschien wat dubbeltellingen bij, maar uiteindelijk blijven er tegen 2040 dus niet heel veel meer dan 20 sterfgevallen over die mogelijk dankij vaccinatie voorkomen gaan worden. Volgens de Gezondheidsraad scheelt vaccinatie 70 procent in de sterfte, is 14 sterfgevallen, ŗ raison van 300 miljoen euro. Als dat percentage klopt: ten eerste blijken veel minder meisjes zich te laten prikken dan voorzien, ten tweede lijkt de doelmatigheid van de prik minder groot dan verwacht. En onlangs liet de Amerikaanse onderzoekster Lauri Markowitz zien dat bij gevaccineerde meisjes weliswaar het risico op besmetting met de twee virustypes in het vaccin inderdaad was verminderd, maar dat andere virustypes juist vaker bij gevaccineerde dan niet-gevaccineerde meisjes voorkwamen (misschien waren zij 'roekelozer' na de prik, misschien waren zij bevattelijker voor het virus geworden, dat is onduidelijk).

De Gezondheidsraad, de overheid en de wetenschappelijke wereld hebben zich, het is eerder gezegd, een compleet oor laten aannaaien met de meidenprik. Die 300 miljoen euro per jaar die we nu kwijt zijn, had een stuk beter besteed kunnen worden - bijvoorbeeld aan antirookbeleid.